Overlijden ongeboren kind: geen shockschade, wel psychische schade

Een ongeboren kind overlijdt tijdens de bevalling door een tekortkoming van de arts. De vrouw stelt dat de tekortkoming heeft geleid tot een aantasting in haar persoon in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW, in het bijzonder tot geestelijke schade in de vorm van een PTSS. letselschade - Overlijden ongeboren kind: geen shockschade, wel psychische schadeDe rechtbank overweegt dat de onderhavige situatie, waarin een kind niet levend ter wereld komt, niet op één lijn worden gesteld met de situatie waarin iemand als gevolg van een fout van een ander overlijdt (zoals in het Taxibusarrest, NJ 2002, 240, aan de orde was). Het nog ongeboren kind is op het moment van overlijden nog zozeer met de moeder (eiseres) verbonden, dat het geen zelfstandig bestaan leidt. De rechtbank is van oordeel dat daarom geen sprake is van het overlijden van een 'derde'. Onderscheid schockschade-affectieschade daarom niet aan de orde. Eisers heeft (mits deskundigenonderzoek daartoe aanleiding geeft) recht op vergoeding van eigen schade. Het onderzoek van de deskundige dient zich uitsluitend te richten op de beantwoording van de vraag of bij eiseres een PTSS kan worden vastgesteld.